Wat u zelf overhoudt na terugbetaling, en wanneer uw kind geen remgeld betaalt.
Het remgeld is het deel van de rekening dat u zelf betaalt nadat uw ziekenfonds de terugbetaling heeft toegepast. Bij een raadpleging bij een geconventioneerde kinderarts betaalt u voor het volledige honorarium € 52,78 (tarief 2026 voor een geaccrediteerde kinderarts), maar na terugbetaling houdt u zelf € 12 over, of € 7 als uw huisarts u doorverwees (eenmaal per jaar, met een globaal medisch dossier). Dat overblijvende stukje is het remgeld.
Niet automatisch: bij de kinderarts is het remgeld voor een kind even hoog als voor een volwassene bij een specialist. Kinderen en jongeren tot en met 24 jaar met verhoogde tegemoetkoming betalen wel geen remgeld, op voorwaarde dat ze een globaal medisch dossier bij de huisarts hebben. Voor een raadpleging bij een geconventioneerde arts blijft het eigen aandeel voor een kind beperkt, wat de drempel om tijdig een raadpleging te boeken verlaagt. Dat is vooral belangrijk bij jonge kinderen die vaker medische opvolging nodig hebben, zoals in het eerste levensjaar. Meer daarover leest u bij baby van 0 tot 1 jaar.
Hebt u recht op de verhoogde tegemoetkoming, dan zakt het remgeld nog verder: tot € 3 voor een raadpleging bij de kinderarts, € 1 na verwijzing door de huisarts, en niets voor wie jonger is dan 25 jaar en een globaal medisch dossier heeft. Deze regeling geldt onder meer voor gezinnen met een beperkter inkomen. Vraag bij uw ziekenfonds na of u ervoor in aanmerking komt.
Loopt het remgeld in een jaar hoog op, dan biedt de maximumfactuur bescherming: boven een bepaalde grens wordt het verdere remgeld volledig terugbetaald (supplementen tellen niet mee). Hoe dat werkt, leest u bij de terugbetaling van kinderartsenzorg.
Bedragen zijn indicatief en kunnen wijzigen. Vraag het exacte tarief aan uw kinderarts en informeer bij uw ziekenfonds over de terugbetaling.
Op zoek naar een geconventioneerde kinderarts? Vind een kinderarts bij u in de buurt →