Goed horen is cruciaal voor de taal- en spraakontwikkeling. Een gehoortest spoort problemen vroeg op, zelfs al bij de allerkleinsten.
Een kind leert praten door te luisteren. Wie minder goed hoort, loopt daardoor achterstand op in taal, spraak en soms ook in gedrag en leren. Omdat een gehoorprobleem bij jonge kinderen niet altijd opvalt, is vroege opsporing erg belangrijk. Hoe sneller een verminderd gehoor ontdekt wordt, hoe beter het behandeld of ondersteund kan worden. Daarom wordt het gehoor van elke baby in Vlaanderen standaard gescreend.
Kind en Gezin voert bij elke pasgeborene een gehoortest uit, meestal rond de leeftijd van enkele weken. Deze screening gebeurt met de zogenaamde ALGO-test, die de reactie van de gehoorzenuw op zachte klikgeluidjes meet. De test is pijnloos en gebeurt bij voorkeur terwijl de baby slaapt of rustig is. Krijgt de baby geen duidelijk resultaat, dan volgt een herhaling en zo nodig een verwijzing voor verder onderzoek. Een eenmalige onduidelijke uitslag betekent lang niet altijd een probleem.
Ook later kan een gehoortest nodig zijn, bijvoorbeeld na terugkerende oorontstekingen of bij twijfel over de taalontwikkeling. Bij oudere kinderen gebruikt men vaak een audiometrie, waarbij het kind via een koptelefoon toontjes hoort en reageert zodra het iets waarneemt. Aanleidingen voor zo'n test zijn onder meer:
Een gehoortest is nooit pijnlijk en duurt meestal een kwartier tot een halfuur. Bij baby's volstaat een rustige, slapende toestand. Bij oudere kinderen wordt de test spelenderwijs aangepakt, soms met plaatjes of een spel. U hoeft weinig voor te bereiden; zorg vooral dat de oren van uw kind niet vol oorsmeer zitten en dat uw kind uitgerust is. Leg vooraf rustig uit dat het kind gewoon goed moet luisteren.
Wijst de test op een verminderd gehoor, dan volgt verder onderzoek bij een neus-keel-oorarts of een gespecialiseerd gehoorcentrum. De oorzaak, bijvoorbeeld vocht achter het trommelvlies, kan vaak goed behandeld worden. Deze opvolging sluit aan bij de bredere zorg rond de ontwikkeling van uw kind. Bij zorgen bespreekt u dit best ook met uw kinderarts, die de vinger aan de pols houdt.
Deze informatie is algemeen en vervangt geen persoonlijk advies. Raadpleeg altijd uw kinderarts of huisarts voor een diagnose en behandeling op maat.
Vind een kinderarts bij u in de buurt. Bekijk het overzicht →